† 04-09-2024
Nieuwendijk
* 15-12-1929
Nieuwendijk
van Breugel
Jacob
niks
uit welk nest
zoon van:
Otto Antonie van Breugel (1902-1989)
Lijntje van Bruggen (1907-1985)
Oudste kind
in een gezin van
5 meisjes
4 jongens
adres ouderlijk huis:
A214, nu Kerkweg 7
Nieuwendijk
De bevalling in de bedstee van het eerste kind van Lijntje van Bruggen verliep problematisch. Buurman Drik Kasen werd geroepen om moeder Lijntje vanuit de bedstee mee op de tafel te tillen, zodat de geboorte uiteindelijk op de tafel plaats kon vinden. Het leven van Jacob was begonnen.
In de jonge jaren van Jacob was het bestaan zwaar in Nieuwendijk. De jonge kinderen kregen al vroeg taken toebedeeld. Elke dag moesten er door Jacob twee manden vol ‘struiken’ uit de griend worden verzameld, die werden verzaagd om het fornuis te laten branden. Toen hij ouder werd, werd die taak aan een jongere broer overgedragen en hielp Jacob bij het schillen van de grote pan met aardappelen om de vele monden te vullen. Alle kinderen hadden hun specifieke eigen taak. De meisjes moesten in de avond sokken breien. ’s Winters droeg Jacob gebreide lange kousen tot aan de lies en in de zomer kniekousen. Doordat vader de hele week buitenaf in de Biesbosch werkte, hoorde ook het werk op het ‘laand’ (de moestuin) tot de verplichte dagelijkse taken. Met de ‘burrie met messing’ heen en met de opgeladen groenten van het land weer terug naar huis. Dat was een fiks eind lopen.
Het voltallige gezin. Van links naar rechts: Otje, Henk, vader Otto, Mien, Peter, Jennie, moeder Lijntje, Lijntje jr., Huib, Jacob, Adri.
A214, het geboortehuis van Jacob, nu Kerkweg 7 in Nieuwendijk
niks
het eigen thuis
Ongehuwd
Jacob heeft zijn hele leven in Nieuwendijk gewoond.
Op de volgende adressen:
A214, nu Kerkweg 7 (1929-1943)
Kerkweg 20 (1943-1957)
Eemstraat 5 (1957-2002)
Jan Biesheuvel Dijkhuis (2002-2024)
Altenastaete/Zorglocatie De Griend (2024)Jacob was vroeger een wat teruggetrokken jongen. Hij voelde zich het fijnst in de vertrouwdheid van het gezellige gezin en de familie. Hij genoot van zijn mooie auto waarmee hij uitstapjes maakte samen met familieleden. Zelf had Jacob geen vrouw en kinderen, maar als broer en (oud)oom speelde hij een centrale rol in de familie.
Jacob was een groot liefhebber van nieuwe snufjes. Hij hield van moderne apparatuur. Hij kocht een bandrecorder en een pick-up, een camera om dia’s te schieten en een 8 mm camera. Hij had al snel een kleuren tv; een heel ding destijds. Er werden naast de eigen filmopnames, ook films van o.a. Laurel en Hardy gedraaid en tekenfilms voor de neefjes en nichtjes, tijdens gezellige avonden aan de Eemstraat.
Toen Jacob met vervroegd pensioen ging nam hij met liefde de zorg op zich voor zijn vader en moeder, tot hun overlijden. Hij bleef na hun overlijden alleen over in de ouderlijke woning aan de Eemstraat 5.
Zijn besluit om in 2002 uiteindelijk de Eemstraat te verlaten en een appartement in het Jan Biesheuvel Dijkhuis te betrekken, was het beste wat hem overkwam. Er ontstonden nieuwe contacten en nieuwe vriendschappen met de medebewoners. Hij kreeg er eigenlijk een hele nieuwe familie bij waarin hij zich vertrouwd en prettig voelde. Hij genoot eigenlijk van alles wat het Dijkhuis hem bracht, maar in het bijzonder van de mensen om hem heen.
Trots was hij dat hij alle jaren voor zichzelf kon zorgen en geheel zelfstandig kon wonen. Het viel hem zwaar toen hij extra zorg nodig had, waardoor hij die zelfstandigheid op moest geven en noodgedwongen op zorglocatie ‘De Griend’ moest gaan wonen. Hij onderging de verhuizing zonder klagen: ‘het verandert de situatie niet als ik klaag’. Op 4 september 2024, na 94 levensjaren, mocht hij daar als een tevreden en gelovig mens inslapen. Dat zijn leven eindigde in het dorp waar het ooit begon, was zijn grote wens. Zoals hij zei: ‘krek wak wou’.
niks
buitenshuis
opleiding:
lagere school
werk:
Knecht op de Hoge polder.
Rijswerker bij firma Hakkers te Werkendam.
Betuining en beschoeiing bij gebr.vd Pijl
Rioolwerk bij de Heidemij
Weg- en waterbouw bij de firma Hakkers
vrijwilligerswerk:
Bestuurslid volkstuinvereniging Ons Laand
Jacob ging naar de lagere school die toen 8 jaren duurde. In het 7e jaar ging hij slechts 3 maanden en in het 8e jaar slechts 2 maanden naar school. Het was namelijk tijd geworden om de overige maanden van het schooljaar met vader mee de polder in te gaan. Jacob heeft het prima gehad op de ‘School met de Bijbel’. De school die hij op zijn 13e jaar verliet om op de Hoge Polder bij de familie Groenenberg te gaan werken.
Aan de slag in de praktijk was zijn grootste leerschool. Hij vertelde dat hij op de Hoge Polder in 5 jaar tijd de technische ontwikkeling in de landbouw meemaakte: van zicht naar maaier, naar tractor, naar combine.
Op de Hoge Polder van de familie Groenenberg ging Jacob werken als stalknecht en als paardenknecht. Daarnaast was hij tractorchauffeur. Vanuit die rol moest hij tijdens de Tweede Wereldoorlog bewaken of de Duitsers geen razzia hielden, opdat de onderduikers op de polder veilig waren.
Jacob was getuige van een tweetal dramatische gebeurtenissen in de oorlogsjaren die veel indruk op hem maakten. Hij had op 22 juni 1944 net de arbeiders bijeen moeten roepen voor het binnenhalen van het hooi van het land. Weinig later stortte een brandend Amerikaans vliegtuig neer, op de plaats waar de arbeiders net daarvoor nog werkten. De heer Willem Groenenberg van de Hoge Polder probeert de piloot uit de brandende kist te redden, als een van de vliegtuigbommen ontploft. Jacob was er bij toen Willem zwaargewond werd afgevoerd.
De tweede gebeurtenis vond plaats op 12 december 1944 toen Nieuwendijk onder trommelvuur kwam te liggen. Het waren de Engelsen die Nieuwendijk beschoten vanwege een passerend konvooi. Jacob hoorde dat het 1e salvo werd afgeschoten en het laatste. Hij vertelde daarover: ‘Het gierde. Toen dat over was ben ik verder gegaan en trof het paard van huisarts Schripsema aan. De dokter was zelf gewond geraakt. Bij het 2e salvo hield ik het paard in de berm vast en bij het 3e salvo was ik thuis’. Jacob heeft veel geluk gehad op die zwarte dag in Nieuwendijk, waarop 17 dorpsgenoten de dood vonden.
De oproep voor militaire dienstplicht volgde. Jacob werd opgeroepen om naar Nederlands-Indië te gaan. Hij volgde daarvoor in 1,5 jaar de tropenopleiding in de Isabellakazerne te Den Bosch. Daarna moest hij naar de Harskamp voor de Amerikaanse opleiding. Hij is uiteindelijk nooit uitgezonden.
Na zijn diensttijd ging Jacob aan de slag als rijswerker bij firma Hakkers te Werkendam. Vanwege zijn gezondheid is hij met het rijswerk noodgedwongen gestopt en werkte hij een periode voor Gebr. V.d. Pijl bij het plaatsen van betuining en beschoeiing. Daarna volgde rioolwerk bij de Heidemij. De drooglegging van de Biesbosch was klaar in 1955. De vernieuwde werkzaamheden van het bedrijf in de weg- en waterbouw die daardoor ontstonden, maakten dat hij naar de firma Hakkers kon terugkeren tot zijn vervroegde pensioen.
Net zoals zijn vader en later zijn drie jongere broers, werkt Jacob vele jaren bij aannemersbedrijf Hakkers. Bij elkaar hebben de vier mannen Van Breugel meer dan 150 arbeidsjaren voor deze onderneming verricht. In 1987 ging Jacob met vervroegd pensioen. Hij ging heerlijk genieten van zijn vrije tijd. Hij genoot van het tuinieren op de moestuin ‘Ons laant’ en werd bestuurslid van de vereniging.
Met de paarden
Jacob (in overall met riem) bij het maken en afzinken van zinkstukken
niks
Foto's en tekst zijn aangeleverd door oomzegger Otto van Breugel